Word lid
Er zullen verdergaande veiligheidsmaatregelen volgen dan nu al het geval is. Dat is de werkelijkheid waarin we zitten. De veiligheids-awareness mag met een factor 100 omhoog.” Die waarschuwende woorden sprak voorzitter Jean Debie tijdens de 116e Algemene Vergadering van de VBM, gehouden op 29 mei 2026 in het verenigingsgebouw te Den Haag.
De afdeling Zwolle vroeg aandacht voor burgerpersoneel dat in het buitenland wordt ingezet. “Een grote zorg bij ons is, wanneer een burgermedewerker voor zijn werk naar het buitenland gaat en daar werkt op, bijvoorbeeld, een schietterrein”, zei Jaap Post namens de afdeling. “Stel, er overkomt de burgermedewerker daar iets. Wie draagt dan het risico? De verzekeraar van de burgermedewerker gaat daar namelijk wel ‘iets van vinden’. Wij willen heel graag zien hoe dat geregeld wordt.”
Jean Debie reageerde: “Dit speelt al langer, bijvoorbeeld bij burgerpersoneel dat tijdens oefenen of inzet wordt ingevlogen op marineschepen. Daarvoor zijn onvoldoende waarborgen. Wij hebben dit ingebracht in het overleg met Defensie en zijn in discussie om dat te regelen. De beste manier om zekerheid te scheppen is om de burger te militariseren als die op missie gaat.” In de praktijk gaat het vaak niet om een missie, maar bijvoorbeeld om het testen van (wapen)systemen. “Dit probleem hebben we in de onderhandelingen ingebracht en daarvoor moet regelgeving komen”, aldus de voorzitter.
De afdeling Valkenburg vroeg bij monde van Jan Dorrestijn naar de stand van zaken bij de TOD-achteraf voor marechaussee-personeel. “Wanneer wordt die nu eens ingevoerd?“ Jean Debie liet weten dat de systemen nog niet op orde zijn om de TOD-achteraf ook bij de KMar in te voeren. “Hoelang het nog duurt, daar durf ik mijn hand niet voor in het vuur te steken; het duurt al veel langer dan verwacht. Dat geldt ook voor de Toelage munitieruimen voor het burgerpersoneel. In beide gevallen is de oorzaak van de vertraging, dat Defensie onvoldoende capaciteit heeft.”
De afdeling Gelderland Midden vroeg naar de stand van zaken betreffende de ‘brandbrief’ die eerder is opgesteld. Aanleiding voor deze brief waren zorgen over de wet- en regelgeving in het kader van de eerste hoofdtaak. Voorzitter Jean Debie antwoordde dat de punten meegenomen zijn in het arbeidsvoorwaardenoverleg. In antwoord op een vraag van Maurice Bergsteijn, voorzitter van de afdeling Gelderland Midden, bevestigde Jean Debie dat de garantstelling betreffende molest voor uitgezonden militairen nog steeds recht overeind staat en geldt voor alle landen.
De afdeling Gelderland Midden bracht (opnieuw) het bevorderingsbeleid binnen het CLAS ter sprake. Volgens de afdeling worden bij de landmacht zelfbedachte regels gehanteerd. Jean Debie gaf aan dat dit door de onderhandelaars van de VBM bij Defensie aanhangig is gemaakt en dat de HDP (hoofddirecteur personeel) duidelijk heeft aangegeven dat dit niet acceptabel is. Volgens de afdeling Gelderland Midden doet hetzelfde probleem – zelfbedachte regels – zich voor bij een gewenste OPCO-wissel. Maurice Bergsteijn: “Hierover zijn tussen Defensie en de vakbonden afspraken gemaakt, maar binnen de CLAS lijkt het in de praktijk gewoon niet te worden toegestaan.”
Jean Debie deelde mede dat hij bij de staatssecretaris heeft aangedrongen op een snelle oplossing voor de groep van circa 200 reservisten die enkele maanden (!) geen salaris hebben ontvangen van Defensie. “Defensie wil heel veel reservisten werven, maar moet dan als organisatie niet laten gebeuren dat ze niet tijdig worden betaald. Na het gesprek met de staatssecretaris werd ik in de auto op weg naar huis al gebeld, dat opdracht was gegeven het te regelen.”
De voorzitter praatte de vergadering ook kort bij over de stand van zaken in het arbeidsvoorwaardenoverleg. Meer informatie hierover volgt zo snel als mogelijk op onze website www.vbm.info.
Voorzitter Jean Debie kon enkele nieuwe afdelingsbestuurders verwelkomen bij de VBM. In het bijzonder noemde hij Ester van Brederode, Jacqueline Zondervan en Marina van Rumpt, die met zijn drieën een volledig vrouwelijk bestuur vormen van de afdeling Curaçao.
Ook verwelkomde hij de vicevoorzitter van de afdeling België, waarmee dit afdelingsbestuur weer bestaat uit drie personen. Hij wenste alle nieuwe bestuurders veel succes.
Het bestuursverslag en de jaarrekening 2025 werden vastgesteld en het bestuur werd decharge verleend voor het financiële beheer. De lasten vielen over 2025 wat hoger uit dan de baten, maar over het algemeen is de financiële situatie van de VBM zeer gezond. Het jaar 2025 liet, evenals 2023 en 2024, weer een aanmerkelijke stijging in het ledental zien. De VBM telt inmiddels meer dan 22.000 stemgerechtigde leden.