Print deze pagina

Afspraken diensteindestelsel staan niet ter discussie

vrijdag, 05 februari 2016 13:44
Afspraken diensteindestelsel staan niet ter discussie

De afspraken over het toekomstige diensteindestelsel staan niet ter discussie. Dat geldt voor de bonden, maar ook voor de minister van Defensie. Een uitvoerende dienst van het ministerie mag daarom die afspraken niet in twijfel trekken.

Op 16 april 2015 sloten de bonden en de Minister van Defensie een arbeidsvoorwaarden deelresultaat. Daarin staan behoorlijk wat afspraken waarvan de concrete invulling op termijn is gezet. Eén van die afspraken ging over het toekomstige diensteindestelsel.

Wat waren in het kort de afspraken? Er komt een nieuw diensteindestelsel dat uitgaat van een recht op een UGM-uitkering die 5 jaar voor de AOW-datum ingaat. Over hoe dat stelsel er precies komt uit te zien zou volgens de afspraken verder worden gesproken. In elk geval zou dat stelsel flexibiliteit kennen; een eerder of later vertrek uit de actieve dienst zou tot de mogelijkheden behoren. De noodzakelijke duidelijkheid over de concrete invulling zou er op een zodanig moment moeten zijn dat introductie op 1 januari 2017 op verantwoorde wijze kan plaatsvinden.

Ook werd afgesproken: “Partijen komen overeen dat in ieder geval de rechten van militairen die nu nog in het overgangsregime zitten zullen worden gerespecteerd. ... Deze groep heeft echter het recht om, op eigen verzoek, onder de huidige diensteinderegeling te blijven vallen”

Tijdens onze achterbanraadpleging over het (eerste) deelakkoord hadden veel leden vragen over de nadere uitwerking van het stelsel. Waarheidsgetrouw konden we toen de hoofdlijnen en gedachten schetsen, maar niet de gevraagde (individuele) duidelijkheid geven. Dat de uitwerking een belangrijke thema was, de gemoederen bezighield, was toen al duidelijk. De vraag om duidelijkheid leeft nog steeds en wordt gesteld.

Dan nemen we kennis van het volgende antwoord van een uitvoerende dienst in het oosten van het land, die deze duidelijkheid graag wil geven en dus stelt:
“Naar aanleiding van uw vraag betreffende case ..., met het onderwerp Respecteren overgangsmaatregel FLO leeftijd conform AMAR art 39a , het volgende:
Het is juist dat in het eerste deelakkoord is opgenomen dat de rechten van militairen die nu in het overgangsregime zitten zullen worden gerespecteerd. Echter eea is nog steeds onderwerp van overleg tussen Defensie en de bonden. Zolang er geen definitief akkoord is, is niet te zeggen of eerdere afspraken worden aangehouden of dat deze alsnog worden aangepast.”

Leuk toch, spreken namens de minister?
Nou gaat iedereen over zijn eigen communicatie. Maar mogen anderen, zeker als zij daarbij betrokken zijn, daar iets van vinden.
De VBM heeft samen met twee andere bonden en met de minister op basis van achterbanraadpleging een handtekening gezet onder de afspraak dat de groep militairen die onder de overgangsmaatregel vallen onder het huidige diensteindestelsel blijven vallen, als zij dat kenbaar maken.

Wij staan nog steeds achter, voor en naast de afspraak. Zoals ook de minister of - namens haar - uitvoeringsorganisaties zouden moeten doen. De suggestie dat in een definitief akkoord artikel 39a negatief zou kunnen worden veranderd of niet minimaal het overgangsregime zou worden gerespecteerd is dan ook volstrekt misplaatst.

Wij realiseren ons dat er rondom het nieuwe diensteindestelsel nog veel onduidelijk is. Over de invulling daarvan zouden wij, defensie en bonden, conform de afspraken in het eerste deelresultaat, met elkaar het gesprek aangaan. Wij stellen vast dat deze trein nog niet op stoom gekomen is, terwijl er wel een afspraak gemaakt is over tijdige duidelijkheid. De onduidelijkheid over het toekomstige stelsel kan echter nimmer een reden zijn om de duidelijkheid over de bestaande spelregels voor hen die daarvan gebruik willen maken ter discussie te stellen.

Getagged onder FLO    UGM    leeftijdsontslag    diensteindestelsel   
Log in om reacties te plaatsen
Inloggen Registreren

LOGIN MET UW ACCOUNTGEGEVENS

Gebruikersnaam
Wachtwoord