• Belastingservice VBM

7 vragen over pensioenkorting

dinsdag, 10 september 2019 14:53
7 vragen over pensioenkorting

Ondanks een pensioenvermogen van 451 miljard euro, een rendement over de eerste 7 maanden van 2019 van 52 miljard euro (!), moet het ABP waarschijnlijk volgend jaar de pensioenen korten. Dit omdat pensioenfondsen in Nederland verplicht zijn te rekenen met een steeds verder dalend fictief rendement. Deze verplichte rekenrente is nu al gedaald tot 0,7 %, en het einde is niet in zicht. De VBM vraagt de politiek om nu in actie te komen. Behoudend en voorzichtig rekenen is goed, maar dit is waanzin.


1 Wanneer weten we of het ABP moet korten?

Of het ABP inderdaad moet gaan korten wordt pas begin 2020 duidelijk. Het hangt af van de ontwikkeling van de rente en de rendementen in de laatste maanden van dit jaar. De actuele dekkingsgraad was op 31 juli 93,9%. De beleidsdekkingsgraad 99,7%. Dat is de gemiddelde dekkingsgraad over de laatste 12 maanden.

Beide dekkingsgraden kunnen een rol spelen bij eventuele verlaging van het pensioen. Er moet gekort worden als eind 2019 de actuele dekkingsgraad onder de kritische grens (±95%) ligt, of als de beleidsdekkingsgraad en de actuele dekkingsgraad tot eind 2020 onder het vereiste niveau van 100% blijven.


2 Wat betekent de lage rekenrente concreet voor pensioenfondsen?

Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) heeft een aantal Kamervragen gesteld over de gevolgen van de lage (en negatieve) rentes voor de pensioenfondsen. Ministers Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en Hoekstra (Financiën) hebben deze vragen beantwoord. Zij rekenen in hun antwoord voor, dat een pensioenfonds op 31 december 1999 een bedrag van 29 euro in kas moest hebben, om 20 jaar later een uitkering van 100 euro te doen. Op 31 juli 2019 moet een pensioenfonds 91 euro hebben, om over 20 jaar diezelfde 100 euro te kunnen uitkeren. Dit verschil wordt enkel en alleen veroorzaakt door de lagere rekenrente.

Terecht merkt Kamerlid Omtzigt op, dat 100 euro nu, door inflatie, over 20 jaar nog maar ongeveer 65 euro waard zal zijn. Het bizarre feit is dus dat pensioenfondsen nu dus 91 euro moeten hebben, om over 20 jaar een uitkering te doen met een koopkracht van 65 euro!


3 Waarom moeten pensioenfondsen die rekenrente hanteren?

Dat is een politieke keuze. De overheid en De Nederlandse Bank hebben bepaald dat de rekenrente waar pensioenfondsen mee moeten werken, gebaseerd moet zijn op de risicovrije marktrente. Dat zou je een ‘verstandige keuze’ kunnen noemen. Maar je zou het ook een ‘extreem voorzichtige keuze’ kunnen noemen.

ABP behaalde over de afgelopen 20 jaar gemiddeld een rendement van circa 7 %. Dat pensioenfondsen niet mogen rekenen met eerder behaalde rendementen, is logisch. In het verleden behaalde rendementen bieden immers geen garantie voor de toekomst.

Maar is het wel logisch om de rekenrente te baseren op de risicovrije marktrente? Pensioenfondsen kunnen immers niet risicovrij beleggen: dat brengt te weinig op. En ook de hoogte van het pensioen is – zoals iedereen inmiddels weet – niet gegarandeerd.

Door de lage rentestand moeten pensioenfondsen nu rekenen met 0,7 % rente … Iedereen zal het erover eens zijn dat dat wel héél erg voorzichtig is, gezien het eerdergenoemde rendement van gemiddeld 7 %.


4 Wordt die lage rente veroorzaakt door het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank?

Deels. Volgens het kabinet zijn lage rentes een wereldwijd fenomeen voor ontwikkelde economieën (ook voor niet-euro landen). De rente laat al sinds de jaren ’80 een dalende trend zien. Dit schrijven ministers Koolmees en Hoekstra in hun antwoorden aan Kamerlid Omtzigt.

Aan de andere kant heeft de ECB de afgelopen jaren ruim monetair beleid gevoerd met zijn opkoopprogramma van overheidsobligaties. Dat heeft een drukkend effect op de rente.

Dan is de volgende vraag natuurlijk: hoe groot is dat drukkende effect door het monetaire beleid? Daar zijn economen het niet over eens. Het blijkt buitengewoon lastig om te berekenen. Sommige economen hebben het over procenten, andere over tienden van een procent. Daarnaast is het zo dat banken en pensioenfondsen gedwongen zijn in staatsobligaties te beleggen, wat ook weer een (kunstmatig) drukkend effect heeft op de rente.

Kortom: dat de rente kunstmatig laag wordt gehouden, staat vast. Maar hoeveel rente terugveert als de ECB zijn beleid wijzigt, wordt waarschijnlijk pas duidelijk op het moment dat dat gebeurt.

 

5 Is zo’n kunstmatig laag gehouden rente wel een goede basis voor de rekenrente?

Economen Sylvester Eijffinger en Lex Hoogduin schreven hierover een artikel in het Financieel Dagblad (dit is ook na te lezen op www.mejudice.nl). Het baseren van de rekenrente op de risicovrije marktrente is een politieke keuze. Maar dan moet het natuurlijk wel een marktconforme rente zijn, schrijven Eijffinger en Hoogduin, en niet een rente die met monetair beleid kunstmatig laag wordt gehouden. Probleem: economen zijn het niet eens wat dan wél een realistische rente is. Die zal in elk geval hoger liggen dan de huidige rente, maar hoe veel hoger? Hoogduin en Eijffinger komen na een rekensom op 2,5 a 3 %.

Ter vergelijking: Zwitserland, dat toch als een financieel degelijk land bekendstaand, hanteert 2,1 %. Bedenk daarbij dat een stijging van de rente met 1 % (procentpunt) leidt tot een circa 12 % hogere dekkingsgraad.


6 Is het pensioenstelsel nog wel te handhaven als de rentes langdurig zo laag blijven?

Het Nederlandse pensioenstelsel is een kapitaalgedekt stelsel. De inleg wordt belegd, en daarmee wordt het pensioen gefinancierd. Dat heeft als nadeel dat het pensioenstelsel gevoelig is voor lage kapitaalmarktrentes. Laat staan negatieve rentes. Aan de andere kant moeten we constateren dat de gemaakte rendementen – in elk geval bij ABP – helemaal niet het probleem zijn. Die zijn gemiddeld juist zeer hoog. Het eerste halfjaar van 2019 behaalde ABP bijvoorbeeld een rendement van bijna 11 %. Zet dat een af tegen de rekenrente …

Pieter Omtzigt heeft hier ook een vraag over gesteld. Het Kabinet komt deze maand (september) met een planning van de uitwerking van het pensioenakkoord, waarin ook een antwoord op deze vraag moet volgen.


7 Wat doet de VBM?

De VBM uit haar ongenoegen over de huidige rekenwijze regelmatig in de politieke en ambtelijke overleggen. Een pensioenindexatie-achterstand van inmiddels 16% sinds 2008 is aan gepensioneerden en werkenden niet meer uit te leggen, gelet op het hoge pensioenvermogen van het ABP van 451 miljard euro.

Getagged onder pensioen    pensioenkorting    ABP   
Log in om reacties te plaatsen
Inloggen Registreren

LOGIN MET UW ACCOUNTGEGEVENS

Gebruikersnaam
Wachtwoord

Stel een vraag

help

 

Sitevizier

Sitevizier is de online nieuwsbrief van de VBM. U kunt zich hier aanmelden.

Deze site maakt gebruik van functionele en analytische cookies.

Ik begrijp het

De Vakbond voor Burger en Militair defensiepersoneel VBM

De VBM is er voor:

Defensiemedewerkers

Burgers

MILITAIREN

BURGERS

Reservisten

Postactieven & Veteranen

RESERVISTEN

PA & VETERANEN

Contact

VBM

Bezoekadres: Ametisthorst 20, Den Haag
Postadres: Postbus 93037, 2509 AA Den Haag
Tel. 070-3155111

Voor uitgebreide contactinformatie kijk hier >>>

Ga snel naar:

BBTV Sitevizier
Helpdesk Lid worden