• Belastingservice VBM

Voorkom onnodige pensioenkortingen!

woensdag, 02 oktober 2019 13:02
Voorkom onnodige pensioenkortingen!

De coalitiefractie CMHF/AC/FOG-ABP/NBP van het Verantwoordings-orgaan van ABP ondersteunt de oproep van Corien Wortmann, voorzitter van pensioenfonds ABP, om onnodige pensioenkortingen te voorkomen. In deze coalitiefractie zitten ook Paul Eijkelenkamp en Peter van der Spoel namens het Ambtenarencentrum, waarvan de VBM deel uitmaakt.

 

Namens de achterban wil de coalitiefractie CMHF/AC/FOG-ABP/NBP de oproep van Corien Wortmann onderschrijven, dat ook de rendementen voorzichtig meegerekend zouden moeten worden bij het vaststellen van de dekkingsgraad. Ook Nout Wellink, oud-president van De Nederlandsche Bank, riep onlangs op NPO1 op om serieus te gaan onderzoeken of niet “een plukje rendement van de beurs” kan worden meegerekend bij de dekkingsgraden.

De fractie heeft intensief overleg gehad, waarbij naar voren kwam dat jongeren en ouderen geen tegengestelde belangen hebben. Fractievoorzitter Jacqueline van Langeraad: “Natuurlijk merken de gepensioneerden het eventueel verlagen van hun pensioen meteen, maar ook de huidige werkenden worden net zo hard gekort! Onze gepensioneerde leden hebben echter ook kinderen en kleinkinderen, net zoals wij ouders en grootouders hebben. Er is absoluut geen sprake van ‘laat de jongeren het maar uitzoeken’, want je wilt als ouder het beste voor je kind.”

Bernard van Praag, nestor van de fractie, heeft via diverse publicaties al aandacht gevraagd voor de rekenrente die voorbijgaat aan de goede rendementen die behaald worden. Het gemiddelde ABP- rendement over de laatste tientallen jaren schommelt om de 7%. Van Praag: “Natuurlijk kan ik net zoals al diegenen die beweren dat de rente laag zal blijven, niet in de toekomst kijken. Ik ben echter van mening dat met de huidige rekenrente als maatstaf volledig voorbij wordt gegaan aan de rendementen van 6 à 7% die wel behaald worden.”

Peter van der Spoel, actieve premiebetaler en al 10 jaar vertegenwoordiger van belangen voor jong en oud bij ABP: “Het is echt ongehoord. Ik heb in mijn jaren alle argumenten al voorbij zien komen maar men sluit nu letterlijk de ogen voor de werkelijkheid. Als in een jaar tijd je minimum vereist vermogen in kas van alleen ABP zowel naar beneden als boven wisselt ter grootte van een staatsbegroting van een klein land, als gevolg van een verzonnen rekenrente, kan je niet meer wegkijken. Stug volhouden over de rug van alle deelnemers van ABP is immoreel.”

Door de huidige rekenregels van minister Koolmees en de DNB-president Knot moet er straks rigoureus gekort worden. Deze kortingen kunnen, zoals CMHF berekende, oplopen tot ruim 18%! Wij vinden dat het verlagen van pensioenen niet uit is te leggen aan onze achterban. Dit leidt tot onnodige afbraak van het Nederlandse pensioensysteem. Wij roepen op het ‘plukje rendement van Wellink’ mee te laten wegen, op een manier die evenwichtig is voor jong en oud en tevens dient om onnodige kortingen te voorkomen.

De coalitiefractie CMHF/AC/FOG-ABP/NBP heeft een brede samenstelling van zowel actieven als postactieven, vakbondsleden als niet-vakbondsleden. Zij vormen zo zelf een afspiegeling van deelnemers van ABP. De VBM onderschrijft het standpunt van de coalitiefractie volledig.

De vakbond CMHF, een koepel van 43 beroepsverenigingen uit acht sectoren en het Ambtenarencentrum (AC), een koepel van 32 vakbonden uit 7 sectoren, staan achter de oproep van hun VO-leden. Ook de organisaties verenigd onder FOG-ABP en NBP steunen de oproep.

Getagged onder ABP    pensioen    rekenrente    verantwoordingsorgaan   

1 Reactie

  • Reactielink Beer van Huet woensdag, 02 oktober 2019 19:08 Geplaatst door Beer van Huet

    Omdat pensioenen voor een groot aantal mensen van levensbelang zijn, vind ik dat er met de voorlichting heel zorgvuldig en correct moet worden omgesprongen.
    In de kranten en op televisie wordt hoofdzakelijk de voorlichting van de overheid bekend gesteld.
    Er zijn in de pensioendiscussie echter een aantal zaken, waar verschillend over wordt gedacht. De materie zou erg complex zijn, er is geen ruimte voor indexatie en als we niet korten zijn de jongeren de dupe.
    Ik ben van mening, dat er iets heel anders aan de hand is. Het vermogen van de pensioenfondsen wordt namelijk aangewend om de energietransitie en het klimaatbeleid te financieren.
    Op zich is dat een goed idee, alleen gaat dat onder valse voorwendsels en ten koste van de pensioendeelnemers.
    Ik wil het hier niet hebben over de AOW, want dat is een omslagsysteem (de jongeren betalen voor de ouderen) en deze voorziening is een verantwoordelijkheid van de overheid. Wel staat vast dat er bij de vaststelling van de AOW premie nooit rekening is gehouden met een tegenvallende economie zoals tijdens de crises, een extreem lage rentevoet en maatschappelijke veranderingen.
    De aanvullende pensioenen daarentegen, vallen onder zelfstandige pensioenfondsen en het beleid is een aangelegenheid tussen de sociale partners, dus werkgevers en werknemers.
    Iedere deelnemer betaalt een verplichte premie en dit uitgestelde loon wordt op zekere leeftijd, nadat het collectief is belegd en rendement heeft opgeleverd, weer aan de deelnemers uitgekeerd.
    Het is dus een misvatting om te denken dat het geld wat er nu in de pot zit, bestemd is voor de toekomstige deelnemers. Deze betalen op hun beurt namelijk ook weer premie en verdienen daarmee hun eigen uitkering.
    Het Nederlandse pensioen behoort tot een van de de beste en rijkste ter wereld. Het vermogen van circa 1500 miljard is meer dan het dubbele van het jaarlijkse Bruto Nationaal Product van Nederland.
    We zitten momenteel in een situatie waarbij de 'baby-boom' generatie al voor een groot deel met pensioen is. Je zou verwachten dat er daardoor minder mensen premie betalen. Door de inkomensverbetering zien we echter dat er ongeveer net zoveel geld aan premie binnenkomt als dat er wordt uitgekeerd. Het opgebouwde vermogen blijft daardoor grotendeels intact en groeit alleen maar verder. Dit betekent dat , zelfs al zou er in de toekomst totaal geen winst mee worden gemaakt en alleen premies worden afgedragen, de pensioendeelnemer met dit vermogen nog 100 jaar vooruit kan. Er zit dus een gigantische berg met geld in de pot, dat wordt belegd in aandelen, obligaties en vastgoed. Dit vermogen wordt natuurlijk met lede ogen aangezien door de overheid en de EU.
    Om te begrijpen wat er is gebeurd, moeten we even terug in de tijd. Ik neem daarbij het ABP als grootste pensioenfonds, als voorbeeld.
    Toen het ABP werd opgericht, werd het beheerd door de overheid. Het vermogen werd voor een groot deel uitgegeven aan Nederlandse staatsobligaties (lange termijn leningen). Er werden door de overheid echter jarenlang praktisch geen (werkgevers) aandeel van de pensioenpremies afgedragen door drie kabinetten Lubbers en het eerste kabinet Kok. Dit werd later bevestigd door het 'Onderzoek van Kenmer'. De Rekenkamer becijferde dat er bij het ABP in de jaren ’90 nogmaals voor 32,96 miljard gulden uit de pot werd gehaald dmv de 'Uitname Wetten'. Prestige projecten zoals de Betuwelijn kunnen ermee worden verklaard. Tegen deze manier van handelen hebben destijds het ABP, de Verzekeringskamer en de Raad van State bezwaar aangetekend. Desondanks heeft de overheid hiervan kunnen profiteren en daarmee te gunstige en/ of sluitende begrotingen gepresenteerd. Het, in de loop van de tijd door de overheid te weinig betaalde geld aan het ABP wordt geschat op momenteel zo'n 60 miljard Euro. Omdat de overheid voorzag dat er onvoldoende geld was om in de toekomst premies uit te keren, werd het ABP in 1996 een zelfstandige en onafhankelijke stichting gemaakt. De vakbonden werden door de overheid en werkgeversorganisaties 'gemasseerd' en het te weinig betaalde geld werd nooit terugbetaald. Door meer te beleggingen in aandelen heeft het ABP sindsdien het vermogen weer gestaag zien groeien. Ondanks de crisisjaren is het bedrag zelfs verdubbeld. Dit werd met lede ogen door de overheid (en de EU) aangezien. Toen het in 2009 even minder goed ging met het ABP, werd deze gelegenheid meteen aangegrepen en middels de pensioenwet werd het fonds gedwongen om een 5-jarig herstelplan in te dienen. Tegelijkertijd besloot de overheid om de pensioenwet te gaan veranderen. In 2010 werd voor de aanvullende pensioenen de commissie Frijns voor het beleggingsbeleid en risicobeheer en de Commissie Goudswaard voor de toekomstbestendigheid in het leven geroepen. Omdat de overheid gedurende de crisisjaren krap bij kas zat, kwam het CBS met een vernieuwde prognose voor de levensduur, wat sinds 1919 niet meer was gebeurd. Verder is in 2014 is de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen (Witteveen 2015) van kracht geworden. Lagere premies werden voor de pensioenfondsen dwingend opgelegd. Dat scheelde de overheid, als grootste werkgever, eenmalig bijna 3 miljard en jaarlijks nog eens een kleine 2 miljard euro. Het is merkwaardig dat, voorafgaande aan de stemming door de Kamer over deze wet, de rekenrente in 2014 door de DNB tijdelijk werd verhoogd terwijl de ECB-rente in die periode juist daalde. De pensioenfondsen zagen er daardoor allemaal heel florissant uit. De premieverlaging werd dus aangenomen. Een kwartaal later werd de DNB-rekenrente weer verlaagd. Dit alles heeft geleid tot de AOW leeftijdsverhoging en in 2015 werd de pensioenwet hervorming en het financieel toetsingskader een feit. De pensioenen waren voortaan 'duurzaam' en 'toekomstbestendig'. Sinds die tijd draait de overheid weer aan alle knoppen van het ABP. De leeftijd en premie worden in Den Haag bepaald en de beleggingen en rekenrente vallen onder toezicht van DNB. Het ABP is daardoor 'de facto' een veredeld uitkeringsloket geworden, zij het in naam nog steeds zelfstandig.
    Wat valt hier nu uit te concluderen.

    Bestuur en governance.
    Het ligt voor de hand om een accountant aan het hoofd te zetten van het ABP met een vermogen van bijna 400 miljard Euro. De overheid vond het ‘netwerk’ in Den Haag echter belangrijker en ging over tot het benoemen van voornamelijk politici als voorzitter. Deze voorzitters zagen deze functie als een van hun vele bijbanen. Bert de Vries deed dit part time en Elco Brinkman besteedde slechts een dag per week aan het ABP. Harry Borghouts, voorheen commissaris van de Koningin in Noord-Holland, liet de provincie met een schuld achter van 78 miljoen Euro als gevolg van de affaire Icesave/Landsbanki. De Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen (NBP) twijfelde ernstig aan zijn deskundigheid en betrouwbaarheid en hij werd met een motie van wantrouwen in 2009 van zijn ABP-voorzitterschap ontheven. Vervolgens kwam Ed Nijpels aan het roer van het ABP te staan. Hij had op het moment van aantreden bij het ABP 25 nevenfuncties. Net als zijn voorgangers, Harry Borghouts en Elco Brinkman, grossierde Nijpels dus in bestuursfuncties en had hij geen verstand van pensioen, aldus de NBP. Medio februari 2010 maakte Nijpels zijn aftreden bij het ABP bekend, nadat was gebleken dat tijdens zijn rol als commissaris bij de DSB deze bank failliet was gegaan. Op het moment dat alle Nederlandse banken met solvabiliteitsproblemen zaten werd Henk Brouwer, een topman bij de Nederlandse Bank, als voorzitter van het ABP benoemd. Het ABP ging vervolgens investeren in ‘onderwater-hypotheken’ van Nederlandse banken. Mogelijk heeft hij een rol gespeeld bij de afhandeling van de aandelen in andere ‘rommel hypotheken’ die het ABP in 2007 had gekocht van JPMorgan Chase, Goldman Sachs en Morgan Stanley. Banken met een zeer frauduleuze reputatie. Brouwers vertrok weer even snel als dat hij was aangetreden en nu zit Corien Wortmann-Kool er als voorzitster. Een omhooggevallen politica met een verpleegstersopleiding en goede bekende van Jeroen Dijsselbloem vanwege de EU. Het is duidelijk, dat geen van deze voorzitters deskundig waren, integendeel. Als de coördinatie met Den Haag voor het ABP zo belangrijk was, wat heeft dat dan uiteindelijk opgeleverd. In Artikel 3 van de Statuten van het ABP staat dat het fonds ten doel heeft pensioenovereenkomsten uit te voeren ten behoeve van deelnemers. Hoe is het dan mogelijk dat er een grondige, voor de deelnemers zeer nadelige- en voor de overheid uiterst voordelige hervorming van het pensioenstelsel door het FTK in 2014 in gang werd gezet. De vraag is dan of het ‘netwerk’ in Den Haag wel in het voordeel van de deelnemers is geweest, zoals altijd werd geroepen.
    Verder is het opvallend hoeveel personen op belangrijke ABP functies ook een belangrijke functie in het klimaatbeleid van de overheid vervullen. Zo is Ed Nijpels, ex voorzitter van het ABP nu voorzitter van het klimaatberaad. Gerard van Olphen is de voorzitter van de Raad van Bestuur van het APG en toevallig ook voorzitter van de taakgroep Financiering van het Klimaatberaad. Hij moet dus o.a. de financiering van subsidies van de windmolenparken gaan bedenken. Het zou naïef zijn om te denken dat zij het vermogen van het ABP binnen hun andere functies, buiten beschouwing laten.

    Rekenrente
    In het verleden hanteerde het ABP een historische rekenrente van 4%. Dit was zeer behoudend in vergelijking met de behaalde rendementen en dat is nu nog steeds het geval. Er kon worden geïndexeerd en er hoefde niet te worden gekort. Door de pensioenwetshervorming en het FTK, bepaalt DNB voortaan de rekenrente. Omdat we met de Euro betalen die niet alleen voor Nederland geldt, heeft de Europese Bank (European Insurance and Occupational Pensions Authority / EIOPA) voor alle pensioenfondsen en verzekeraars van de EU-landen een rekenrente (Ultimate Forward Rate / UFR) vastgesteld. Als deze rente, zelfs behoudend wordt gehanteerd, is er geen enkel probleem en kan iedereen op dit moment het pensioen krijgen waar ze nu nog aanspraak op maken. De Nederlandse bank besloot echter eenzijdig deze risico vrije rente voor de pensioenfondsen aanzienlijk te verlagen waardoor het ABP onmiddellijk te weinig in kas had om de pensioenen te kunnen uitkeren die ze beloofd had. Alle andere Europese landen en Nederlandse verzekeraars hanteren overigens wel een hogere rekenrente. Het merkwaardige feit doet zich voor dat niet de buffers van het ABP vermogen worden aangesproken om mogelijke risico's in te toekomst op te vangen, maar dat bepaald is dat dit volledig en uitsluitend middels het toekomstig rendement wordt berekend. De DNB wil daarmee in feite dat het ABP nu genoeg vermogen in kas heeft om, zonder rekening te houden met toekomstige premies en rendementen, aan alle verplichtingen van iedere deelnemer te voldoen.

    Dekkingsgraad
    Door de onderdekking, als gevolg van de lage rekenrente, moest het ABP dus een herstelplan indienen, wat door DNB moest worden goedgekeurd. Een van de uitgangspunten van zo'n herstelplan is dat er behoudend- en met minder risico wordt belegd, Dit betekent in de praktijk dat er meer wordt belegd in staatsobligaties. Deze lopen immers het minste risico. We zien daarom een toename van de ABP beleggingsportefeuille in staat- en bedrijfsleningen van 30% in 2016 tot 40% in 2018. Er wordt niet alleen in Nederlandse staatsobligaties belegd, maar ook in andere, economisch veel zwakkere EU-landen zoals Italië en Frankrijk. Dat heeft twee nadelen. De economisch zwakke landen binnen de EU kunnen hun begrotingen 'virtueel' rond krijgen door het uitgeven van staatsobligaties tegen een extreem lage rente. Als landen als Italië een 30-jarige lening kunnen afsluiten tegen praktisch 0%, is dit nog minder dan de inflatie. Verder leveren deze obligaties het ABP niets op, integendeel. Het herstelplan gaat er namelijk van uit, dat staatsobligaties weliswaar minder renderen, maar op termijn zeker tot uitbetaling zullen overgaan. Er werd daarbij geen rekening gehouden met het feit dat de rente op 0% of zelfs daaronder zou komen. Dit betekent dat het vermogen van het ABP door te investeren in obligaties niet toeneemt en herstelt, maar juist afneemt. Wat veel logischer zou zijn, is dat het ABP juist meer ging investeren in aandelen. In een tijd van lage rente wordt er immers meer uitgegeven. Daardoor groeien de bedrijven en nemen waarden van aandelen alleen maar toe.
    Het is dzz dan ook onbegrijpelijk dat Klaas Knot blijft volharden in zijn redenatie.

    Beleggingen
    Het ABP heeft de laatste jaren een opmerkelijke belangstelling gekregen voor beleggingen in ‘groen’ en ‘duurzaam’. Zo wil het ABP in 2020 de CO2-voetafdruk van de aandelenbeleggingen met een kwart terugbrengen. Ook moet er dan ten minste 5 miljard euro zijn belegd in hernieuwbare energie, zoals zonne- en windenergie. Tenslotte wil het ABP minstens 58 miljard euro beleggen in ondernemingen die met duurzame producten bezig zijn. Het klimaat is een van deze doelen. In het jaarverslag van 2018 valt te lezen dat het ABP bijdraagt aan de energietransitie in Nederland en samen met het APG het Nederlands Energietransitiefonds heeft ingericht, dat begin 2019 van start is gegaan. Het ABP gaat dus een belangrijke bijdrage leveren aan het klimaatbeleid. De vraag is nu, of deze investeringen wel het meeste rendement opleveren. Het is geen geheim dat de huidige generatie 'groene' energievoorzieningen en windmolens op subsidie draaien. Per slot van rekening is het doel van een pensioenfonds om een zo groot mogelijk rendement voor de deelnemers te behalen. Zij heeft geen maatschappelijke functie.

    Zelfstandige stichting
    De overheid heeft de AOW leeftijd opgetrokken. Dat is haar goed recht. Het is mij echter nog steeds niet duidelijk waarom de zelfstandige pensioenfondsen dit ook hebben gedaan. Deze hadden immers een contract met hun deelnemers. Er werd premie betaald en die zou met het behaalde rendement worden uitgekeerd op 65 jarige leeftijd. Ieder jaar werd er een begroting opgesteld, goedgekeurd door een actuaris en accountant. Iedereen kan bedenken dat de mens steeds ouder wordt en dat dit een van de grootste factoren is voor het vaststellen van de premie. Het ABP, als zelfstandige stichting heeft blijkbaar al die tijd zitten slapen. Vervelend, maar dat wil nog niet zeggen dat de fondsen de spelregels mochten wijzigen. Dat dit toch is gebeurd, neem ik vakbonden voor altijd kwalijk.
    Verder kan het fonds, evenals ieder ander bedrijf of onderneming, haar zetel 20 kilometer verderop verplaatsen van Heerlen naar Duitsland of België. Dat kan binnen de EU-constellatie en dan valt het fonds onder een buitenlandse wet. Daar zijn de rekenrentes meer dan voldoende om iedereen op dit moment het volledige- en geïndexeerde pensioen uit te keren. Het fonds zou er ongetwijfeld met open armen worden ontvangen. Dat zou in het belang van de deelnemers zijn.

    Gelegaliseerde diefstal
    De overheid heeft in het verleden onvoldoende werkgeverspremie voor haar ambtenaren betaald en door de uitname wetten is er eveneens geld uit de ABP kas verdwenen. Dit geld is nooit terugbetaald. Als ik een levensverzekering afsluit en de bank of verzekeraar komt haar verplichtingen niet na, kan ik naar de rechter stappen en ik ontvang alsnog mijn geld. Als het mij, financieel gezien, slecht voor de wind gaat en ik verzuim om premie te betalen, word ik gekort op mijn pensioen. Als de overheid vindt dat zij moet bezuinigen, wordt de premie looptijd verlengd en de afgesproken leeftijd opgetrokken van uitkeringen van zelfstandige pensioenfondsen. Dat is- en blijft diefstal, ook al is het gelegaliseerd.

    Generatie verschillen .
    Een veel gehoorde bewering is dat de ouderen van nu profiteren van het pensioenvermogen en de jongeren daarvan de dupe zijn als het vermogen in de toekomst zou afnemen. Het pensioenfonds is een zakelijke onderneming. Het aanvullend pensioen is uitgesteld loon en de mensen die hun pensioen krijgen uitgekeerd, hebben hier dus in het verleden allang voor betaald. Het geld dat in de pot zit, is dus van de huidige deelnemers en niet van de toekomstige deelnemers of van de overheid. Iedereen betaalt eerst zijn premie en krijgt deze, al of niet met beleggingswinst, op zekere leeftijd uitgekeerd. Ik vraag mij dus af waar het idee vandaan komt om hier volgende generaties bij te betrekken. Jazeker, er is een collectiviteitsbeginsel. Dat wil niet meer zeggen dat er met een zeker risico kan blijven worden belegd, ook naarmate men ouder wordt en er meer kapitaal is opgebouwd. Dat geldt ook weer voor de komende generaties. Dat heeft niets te maken met aanspraken van toekomstige generaties deelnemers. Het is daarom absurd om mensen die allang voor hun eigen pensioen hebben betaald, te gaan korten voor mogelijke beleggingsrisico’s in de toekomst. Nee, dat geld, hun geld zit nu al in de pot. Hiermee wordt de indruk gewekt dat mensen, die hun pensioen hebben opgebouwd en afbetaald gedurende een periode met goede rendementen, alsnog moeten meebetalen aan mogelijke beleggingsrisico’s die zich in de toekomst gaan voordoen. Nogmaals, een pensioenfonds is geen sociale instelling en heeft geen maatschappelijke functie. De doelstelling is uitsluitend om de ingelegde premies zo goed mogelijk te laten renderen ten behoeve van deelnemers.

    Overheid
    Als je de Kamerdebatten volgt, zou je de indruk kunnen krijgen dat men het hier heeft over overheidsgeld. Waar het idee vandaan komt, dat het kabinet iets te maken heeft met het beleid van zelfstandige pensioenfondsen, is mij een raadsel. Het doel van de Pensioenwet is het veiligstellen van pensioenaanspraken van werknemers. Zij bevat een zeer groot aantal regels waar pensioenregelingen aan moeten voldoen om te zorgen dat dit doel gehaald wordt. Er gelden bijvoorbeeld strenge eisen met betrekking tot het eigen vermogen van pensioenfondsen. Daarnaast moeten pensioenfondsen (en werkgevers) de deelnemers en gepensioneerden duidelijk en regelmatig informeren over alles wat met hun pensioen te maken heeft. In de praktijk is gebleken, dat deze transparantie ver te zoeken is en legitieme vragen of beargumenteerde opmerkingen niet worden beantwoord. Het kabinet verschuilt zich achter, in het verleden zelf opgestelde regels en komt de doelstelling van een pensioenfonds, het belang van de deelnemers niet tegemoet.
    Zolang dit niet gebeurt, concludeer ik dat de pensioenfondsen veel vermogen hebben opgebouwd. Het kabinet heeft maatschappelijke ambities en wil de belastingen niet verhogen en de staatsschuld afbouwen. Daarom doet het wederom een ‘greep’ uit de pensioenkas door de pensioenfondsen middels een extreem lage rekenrente in onderdekking te brengen en vervolgens dtv DNB te laten investeren in EU-overheden met een zwakke economie en het klimaatbeleid met vrijwel niet renderende opbrengsten. Het vermogen van de pensioenfondsen zal daardoor in de toekomst drastisch verminderen en daarom moet er worden gekort. Dan valt ook de opmerking van Jeroen Dijsselbloem op zijn plaats dat de pensioenfondsen de komende 10 rekening moeten houden met slechte rendementen.

    De beschaving van een land wordt o.a. afgemeten naar de manier waarop men ouderen behandelt. Het is natuurlijk een gotspe om bejaarden, die dit land welvaart en een sociaal systeem hebben nagelaten, de rekening van het klimaatbeleid te laten betalen.
    Ze laten zich moeilijk verenigen, zijn kwetsbaar, kunnen geen kant meer op en zijn electoraal altijd loyaal geweest. Om hen van hun spaarcenten voor de oude dag te beroven, is wel het laagste wat een politicus ooit kan doen.

    Rapporteren
Log in om reacties te plaatsen
Inloggen Registreren

LOGIN MET UW ACCOUNTGEGEVENS

Gebruikersnaam
Wachtwoord

VBM op Twitter

Stel een vraag

help

 

Sitevizier

Sitevizier is de online nieuwsbrief van de VBM. U kunt zich hier aanmelden.

Deze site maakt gebruik van functionele en analytische cookies.

Ik begrijp het

De Vakbond voor Burger en Militair defensiepersoneel VBM

De VBM is er voor:

Defensiemedewerkers

Burgers

MILITAIREN

BURGERS

Reservisten

Postactieven & Veteranen

RESERVISTEN

PA & VETERANEN

Contact

VBM

Bezoekadres: Ametisthorst 20, Den Haag
Postadres: Postbus 93037, 2509 AA Den Haag
Tel. 070-3155111

Voor uitgebreide contactinformatie kijk hier >>>

Ga snel naar:

BBTV Sitevizier
Helpdesk Lid worden